Tussen houding en houding is mijn persoonlijke serie over mijn Ashtanga/ Yoga practice. Over vertragen, twijfel, discipline en een lichaam die niet altijd doet wat ik verwacht

Zes jaar yoga.

Als je het zo zegt, klinkt het alsof ik inmiddels moeiteloos in elke houding glijd. Alsof mijn adem rustig en diep is. Alsof meditatie vanzelf gaat en ik altijd zen rondloop. (Eerlijk, ik dacht 6 jaar geleden dat het na zes jaar wel zo zou zijn).

Dat is niet zo.

Mijn lijf is nog steeds niet vanzelfsprekend lenig. Sommige ochtenden voelt het zwaar en stijf, alsof het overtuigd moet worden om mee te doen. Mijn ademhaling is niet altijd diep en gelijkmatig. Mijn zenuwstelsel staat vaak aan. Niet een beetje maar echt aan. Zorgmoederschap, perimenopauze, een lichaam dat verandert, en een geschiedenis die soms nog voelbaar is in mijn systeem.

Misschien is dit precies waarom deze serie hier begint.

Niet bij het begin van mijn yogapad daar heb ik al eerder over geschreven, maar hier. In deze fase. Met zes jaar practice achter me. Van Rajadhiraja yoga naar Vinyasa flow naar Yin en nu sinds een jaar Ashtanga yoga. Binnenkort start ik mijn tweede teachertraining. En toch gaat het niet moeiteloos.

Misschien lijkt dit op verdieping, als toewijding en /of als groei. Vanbinnen voelt het vooral als blijven, blijven in de practice ondanks alles.

Ashtanga confronteert me. Het vaste ritme, de herhaling. Elke keer dezelfde serie, dezelfde volgorde en dezelfde moeilijkheden die je tegenkomt op de mat. 3 keer in de week sta ik op mijn mat. Er is weinig ruimte om je te verstoppen achter variatie of creativiteit. Je ontmoet jezelf op de mat, precies zoals je bent op die dag.

En dat verschilt per dag…

Er zijn ochtenden waarop mijn lichaam krachtig en soepel aanvoelt. Waarin mijn adem regelmatig is en zacht en alles vanzelf lijkt te gaan. Maar er zijn ook ochtenden waarop mijn systeem al ‘aan’ staat voordat ik mijn mat uitrol. Waarin mijn hartslag sneller is dan nodig, mijn gedachten alle kanten opvliegen en mijn lichaam oud en stijf voelt.

Perimenopauze speelt daarin mee. Mijn lichaam verandert. Hormonen schommelen. Herstel vraagt meer tijd. Wat vroeger werkte, even doorzetten of even forceren werkt nu niet meer. Voor je het weet ben ik geblesseerd dus ben ook een stuk voorzichtiger geworden. Mijn zenuwstelsel reageert sneller en intenser. Zorgmoederschap vraagt alertheid en trauma laat zich soms voelen in spanning. Er zijn zoveel lagen die samen komen in één lichaam.

En toch sta ik daar telkens weer.

Niet omdat het altijd ontspannend is, niet omdat ik er goed in ben. Maar omdat ik geleerd heb dat yoga voor mij niet gaat om alles te kunnen maar juist aanwezig te zijn bij wat is. En natuurlijk heb ik momenten dat ik baal, dat de practice niet gaat zoals ik had gehoopt.

Soms ontbreekt het aan kracht, is er weerstand, vermoeidheid of is er onrust die niet weg willen ebben.

Wat zes jaar practice mij vooral geleerd heeft is dat ervaring geen garantie is voor stilte. Ik ben niet ‘klaar’. Mijn meditatie en pranayama is niet perfect en mijn lichaam buigt niet verder dan het wil. En eerlijk gezegd hoeft dat ook niet altijd meer. Waar het nu over gaat, is luisteren.

Afgelopen zaterdag merkte ik het weer tijdens Mysore. Tijdens de meditatie is mijn ademhaling onregelmatig. Mijn practice voelde efficiënt, bijna automatisch. Voor ik het wist, was ik klaar terwijl de meeste anderen nog midden in hun serie waren. Mijn docent gaf na afloop aan dat het haar opviel hoe snel ik de laatste tijd klaar was. Vorige week vloog ik namelijk ook al door mijn practice tijdens de mysore les. Ze zei dat ze me graag verder wil helpen, maar dat ik al klaar was voor ze er erg in had. Verder helpen? Ik weet niet precies wat ze bedoelt. Een nieuwe houding? Verdieping in de houdingen die ik al doe? Of misschien iets heel anders. In de auto terug naar huis voel ik dat haar woorden blijven hangen. Niet als kritiek, maar als spiegel. Mijn snelle tempo is geen efficiëntie, maar onrust. De neiging om ergens snel doorheen te bewegen en af te maken. Check.

Deze serie , Tussen houding en houding, begint hier. Niet bij een nieuw begin maar in het midden, midden in mijn proces van wekelijks terugkeren op mijn mat, met alles wat ik meebreng. Met een lijf dat verandert, met een zenuwstelsel dat soms nog leert ontspannen. Met vermoeidheid, spierpijn en een verlangen naar verdieping.

Wat ik meeneem van de mat deze week:

Verdieping zit misschien niet in meer of sneller, maar om langzamer.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *