Tussen houding en houding is mijn persoonlijke serie over mijn Ashtanga/ Yoga practice. Over vertragen, twijfel, discipline en een lichaam die niet altijd doet wat ik verwacht

In mijn Ashtanga Mysore practice leer ik steeds meer dat verdiepen niet gaat over meer houdingen, maar over vertragen. Deze week werd dat extra duidelijk, zowel in mijn adem als in mijn rug.

Deze week ging ik de shala in met een voornemen. Niet om verder te komen in mijn practice, maar om langzamer te gaan.

Na mijn Ashtanga mysore practice van vorige week, waarin mijn docent opmerkte dat ik zo snel klaar was, bleven haar woorden hangen. Dat ze me graag verder wil helpen, maar dat mijn tempo daar weinig ruimte voor laat.

Dus begon ik anders. Deze les zou ik de tijd nemen. De vijf ademhalingen zo gelijkmatig mogelijk maken.

De zonnegroeten voelden hetzelfde als altijd, maar ik bleef net iets langer in mijn adem. De docent merkte op dat ik niet alle ademhalingen even lang maakte en daar heb ik meteen iets mee gedaan. Het voelde direct vloeiender. Ik bleef net iets langer in de houding, ook wanneer deze intens werd. Ik merkte hoe snel ik normaal uit een houding stap wanneer het ongemakkelijk voelt. Door de laatste ademhalingen net iets dieper en langer te maken, kon ik een millimeter verdiepen. En ik zag ook hoe ik anders vaak al onderweg ben naar de volgende houding.

Door juist te vertragen werd alles zichtbaarder. Mijn gedachten om weg te ‘rennen’ in plaats van te blijven in het ongemak. Mijn schouders die optrekken. De spanning die ik in delen van mijn lijf vasthoud. Nu kon ik er naartoe ademen. Iets verzachten. Iets verdiepen.

Misschien juist daarom kreeg ik deze week een nieuwe houding: Ardha Baddha Padmottanasana. Een houding waarin veel samenkomt. Een half gebonden lotus en een vooroverbuiging. Ook hierin probeerde ik te vertragen. Ik voelde dat ik hem niet hoefde te ‘halen’. Hij mocht zich langzaam ontvouwen.

Toch liet mijn lijf deze les — en eigenlijk de afgelopen weken al — iets anders zien. Iets waarvan ik dacht dat het bij ouder worden hoort. Nu merk ik dat de pijn te scherp is om het nog weg te wuiven als ouderdom of als gevolg van de perimenopauze.

Tijdens het afrollen na schouderstand en de ploeg voel ik een scherpe pijn in of langs mijn ruggengraat. Alsof ik op het punt sta mijn rug te breken. Niet dat ik weet hoe dat voelt, maar het is eng. Ik schreeuw het nog net niet uit. Het afrollen, hoe voorzichtig ook, lukt niet zonder pijn. Soms moet ik halverwege opzij bewegen. Dat doet niet veel minder pijn.

Ik merkte dat ik ging twijfelen. Moet ik deze houding wel blijven doen? Doorgaan? Aanpassen? Helemaal overslaan?

Yoga is niet alleen verdiepen in kracht en flexibiliteit. Het is ook leren luisteren wanneer iets niet goed voelt. Leren onderscheiden tussen gezonde uitdaging en een signaal dat aandacht vraagt. Misschien is dat juist volwassen practice. Niet alleen toevoegen — zoals een nieuwe houding — maar ook aanpassen. Onderzoeken hoe ik met mijn rug kan omgaan zonder hem te forceren.

Deze week voelde als een paradox. Door te vertragen kon ik dieper gaan. En juist in die verdieping kon ik erkennen dat mijn rug aandacht vraagt. Dit was geen weerstand. Geen kwestie van nog een diepere ademhaling. Het was scherper.

Morgen maak ik een afspraak bij de huisarts om het te laten onderzoeken. En volgende week bespreek ik het met mijn docent.

Niet uit angst. Maar uit zorg. Voor mijn lichaam en mijn practice op de lange termijn.

Wat ik vorige week leerde over vertragen, bracht ik deze week in praktijk. En het bracht me zowel verdieping als een nieuwe vraag: hoe blijf ik trouw aan de discipline van Ashtanga, terwijl ik ook trouw blijf aan mijn lichaam?

Wat ik meeneem van de mat deze week:

Als ik langzamer ga, voel ik beter wat klopt — en wat echt niet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *